De menselijkheid van het werken met stellen
In de afgelopen weken, tijdens het blok over Liefde en Relaties in onze basisopleiding Systemisch Werk en Opstellingen, hebben we opnieuw een stel begeleid. Dat was zo ontzettend mooi om te doen. Zo menselijk. Zo echt. Het raakte me dieper dan ik had verwacht, en het bleef dagenlang in me naklinken. Het deed me opnieuw beseffen hoe bijzonder het is om met stellen te werken.
Het werken met stellen heeft voor mij iets heel echts. In de ruimte komt alles samen wat ons mens maakt: liefde, pijn, verlangen, hoop, afweer, herhaling. In een liefdesrelatie ligt zoveel besloten. Er is een enorme spiegel in te vinden — één die laat zien waar we onszelf verliezen, maar ook waar we weer mens kunnen worden.
Wat mij het meest raakt, is de moed die het vraagt van mensen om daar te gaan staan, samen. Om iets wat van binnen wringt, in het licht te zetten. Om voorbij de eigen pijn te kunnen kijken, en de pijn van de ander te willen zien. Daar, in dat gebied waar het schuurt en nog niet opgelost hoeft te zijn, vind ik menselijkheid. En wanneer die menselijkheid er weer mag zijn, komt er ook ruimte voor ontmoeting. Soms is dat een eerste stap richting elkaar, soms richting afscheid. Maar altijd richting helderheid en volwassenheid.
Een relatieopstelling laat zien waar de kloof is ontstaan, maar ook wat er nog mogelijk is. Het gaat niet alleen over het stel als geheel, maar ook over de innerlijke beweging van ieder afzonderlijk. Waar komt dit vandaan? Waar is iets ooit gestopt met stromen? Wat werd er gemist, en hoe herhaalt zich dat in de liefde van nu? In die zoektocht gaat het niet om schuld of gelijk, maar om zien. Zien wat er onder de oppervlakte speelt, en wat zich wil laten voelen.
Het voelt als een grote verantwoordelijkheid voor mij als begeleider om dat veld te dragen. Om aanwezig te blijven bij de spanning, om zuiver waar te nemen, om niet te gaan oordelen of partij te kiezen. Het vraagt meervoudige partijdigheid — dat ik met compassie kijk naar beiden, en soms ook naar wat tussen hen in staat. Soms ben ik zacht en voelend bij het gekwetste kind dat zichtbaar wordt. En soms moet ik scherp zijn, confronterend misschien, om de overlevingsstructuren aan te spreken die verbinding in de weg staan. Ik werk met humor, met liefde, met scherpte. Maar altijd met respect voor de mens en het verlangen dat onder alles ligt.
Het begeleiden van stellen is intensief. De ruimte zelf wordt een opstelling. De dynamieken van het stel spiegelen zich in de groep, en de groep reageert op het stel. Er ontstaat een groot veld dat voortdurend in beweging is. Daarom werk ik bewust in een rustig tempo. Rustig, niet traag. Er is spanning genoeg. Juist die spanning vraagt om vertraging, om ontvouwen. Elke laag mag zichtbaar worden wanneer die er klaar voor is.
Wat ik telkens opnieuw zie, is dat het werken met stellen iets oproept bij iedereen die aanwezig is — ook bij representanten. Omdat het herkenbaar is. Omdat het menselijk is. We herkennen in de ander iets van onszelf: het verlangen om gezien te worden, de angst om de verbinding te verliezen, de neiging om ons terug te trekken of te vechten. En precies dat maakt het zo waardevol — niet alleen voor het stel dat opgesteld wordt, maar voor iedereen die getuige is.
Ik geloof dat deze dagen belangrijk zijn. Niet alleen omdat ze stellen helpen om te zien wat er speelt, maar ook omdat ze laten zien dat we allemaal onderweg zijn. Dat liefde niet vanzelf gaat. Dat relaties niet per se bedoeld zijn om perfect te zijn, maar om ons iets te leren over wie we zelf zijn, waar we vandaan komen, en hoe we ons verbinden.
De inspiratie om een opstellingsdag voor stellen te organiseren, is rechtstreeks voortgekomen uit het blok in de opleiding. Daar zagen we opnieuw hoeveel moed het vraagt, maar ook hoeveel helderheid het brengt. In de opleiding nodigen we studenten regelmatig uit om met hun partner te komen. Omdat het werken met stellen iets anders vraagt. Meer bedding, meer ondertiteling, meer aandacht voor veiligheid en neutraliteit.
Het vraagt dat ik continu ondertitel wat er gebeurt — wat ik waarneem, wat ik voel, en wat er zich tussen hen afspeelt. Niet om te analyseren, maar om woorden te geven aan wat er in het lijf en in het veld zichtbaar wordt. Zodat ze zichzelf niet verliezen in overleving, maar kunnen blijven begrijpen wat er gebeurt.
Dat wil ik ook meenemen in deze dag. Een warme en stevige bedding. Een rustige sfeer. Ruimte om te ademen, te voelen en te kijken. Niet te snel, niet te vol. Zodat wat zich wil tonen, ook echt kan verschijnen.
En misschien, als de dag voorbij is, kunnen we samen in stilte eindigen. Niet omdat alles opgelost is, maar omdat er iets van ontmoeting is geweest. Omdat mensen elkaar weer kunnen aankijken — iets dieper, iets zachter.
Dat is voor mij de betekenis van deze dagen.
19 December 2025 is er een opstellingsdag voor stellen om hun vraag in te brengen. Wil je hier bij zijn? Kijk hier!